Wegonderzoek met een gammaspectrometer: 2 voorbeelden uit de praktijk

Wegonderzoek met een gammaspectrometer | 2 voorbeelden uit de praktijk

Wegonderzoek met een gammaspectrometer: 2 voorbeelden uit de praktijk

Bij onze metingen maken wij gebruik van twee sensoren om de asfaltdikte en de opbouw van de wegconstructie te meten. Met de grondradar meten we direct de dikte van het asfalt, de gammaspectrometer geeft inzicht in de geschiedenis van de weg. Dat we ook een gammaspectrometer gebruiken is uniek in Nederland. Aan de hand van twee voorbeelden uit de praktijk laat ik u graag zien waarom we die meting met een gammaspectrometer zo belangrijk vinden.

Met de gammaspectrometer kunnen we de variatie meten in soorten steenslag en de overgang in wegconstructies (lees hier meer over hoe de gammaspectrometer precies werkt). Deze informatie geeft inzicht in de aanleggeschiedenis van de weg. Met deze geschiedeniskaart kan andere informatie, zoals asfaltdikte, draagkracht en mengselsamenstellingen van de weg, in een breder kader worden geplaatst. Gecombineerd met onze grondradarmetingen en eventueel andere informatiebronnen (boren, visuele inspectie of VGD metingen) kunt u de weg veel beter begrijpen en betere beslissingen nemen in wegonderhoud.

Beter inzicht, betere beslissingen

We passen onze geschiedeniskaart van de weg continu toe in projecten. Op die manier geven wij bijvoorbeeld inzicht in:

  • De ligging van aanlegvakken
  • De indeling van wegvakonderdelen
  • De aanwezigheid van (niet zichtbare) reparaties
  • De aanwezigheid van slakken en assen
  • De begrenzing van schades of specifieke constructies
Voorbeeld gemeente Leiden

In Leiden zijn de belangrijkste ontsluitingswegen rondom het centrum van Leiden ingemeten met de gammaspectrometer. De wegen op de kaart laten veel verschillende kleuren zien. Sommige wegen zijn homogeen van kleur (deze zijn bijvoorbeeld volledig blauw of groen). Andere wegen zijn heterogeen en zijn samengesteld uit veel verschillende kleuren.

Wegonderzoek met een gammaspectrometer | 2 voorbeelden uit de praktijk

Homogene wegen (één kleur): de steenslagwaarde is voor deze hele weg hetzelfde. Dat betekent dat er één soort steenslag is gebruikt in de weg en dat de opbouw van deze weg constant is. Deze weg is in één geheel aangelegd en er hebben geen reconstructies plaatsgevonden. Heterogene wegen (meerdere kleuren door elkaar heen): de steenslagwaarde van deze wegen varieert over de weg. Dat betekent dat er meerdere soorten steenslag zijn gebruikt in de weg en dat de opbouw van deze weg niet constant is. De oorzaak kan zijn dat de weg in meerdere fasen is aangelegd of dat er veel reparaties zijn uitgevoerd.

Op basis van deze informatie kan de gemeente veel gerichter vervolgonderzoek doen en vervolgvragen beter beantwoorden. Als de weg erg heterogeen is, kan de oorzaak van schade aan één van de wegen liggen in de heterogeniteit van de weg en zijn de schades waarschijnlijk lokaal. Als de weg homogeen is opgebouwd kunnen de schades over een groot deel van de weg voorkomen en moet bijvoorbeeld onderzoek worden uitgevoerd naar het mengsel of naar de draagkracht van de weg.

Voorbeeld provincie Zuid-Holland

Niet alleen in binnenstedelijk gebied is de variatie in wegopbouw aanwezig. De variatie in de steenslagwaarde (SSW) op de N445 in de Provincie Zuid-Holland laat duidelijk verschillende momenten van aanleg van de weg zien. Zo zijn de rotondes allemaal op verschillende momenten aangelegd en hebben ze allemaal een verschillende opbouw.

Wegonderzoek met een gammaspectrometer | Provincie Zuid-HollandIn rechthoek A in bovenstaand beeld is duidelijk de structuur van de rotondes (N445) te zien. Het noordelijke deel is paars en het zuidelijke deel is blauw. Dat betekent dat de toegepaste steenslag tussen het noordelijke en zuidelijke deel verschillend is. Hoogstwaarschijnlijk zijn deze rotondes in twee fasen aangelegd. In beide fasen zijn verschillende steenslagen (of verschillende mengsels) gebruikt.

In rechthoek B van bovenstaand beeld is te zien hoe de twee rotondes verschillende steenslag hebben en waarschijnlijk op verschillende momenten of door verschillende aannemers zijn aangelegd.

In rechthoek C van Figuur 2 wordt duidelijk dat verschil in opbouw van de weg niet alleen in de lengte van de weg voorkomt, maar dat ook tussen twee weghelften verschillen kunnen zijn.

Deze informatie over de geschiedenis van de weg kan in deze gevallen op verschillende manieren bijdragen aan een beter beheer en onderhoud:

  • Als er schade optreedt op één van de wegvakken kan de geschiedeniskaart gehanteerd worden om de begrenzing vast te stellen.
  • Als reconstructies gaan plaatsvinden kan de geschiedeniskaart gehanteerd worden om de begrenzing vast te stellen.
  • Bij de analyse van de draagkracht van de weg op netwerkniveau krijgt u met de geschiedeniskaart snel inzicht in de te verwachten verschillen. Variatie in draagkracht van de weg kan zo beter worden begrepen, ook wanneer de variatie tussen twee weghelften optreedt.

Meer weten over deze meetmethode voor wegonderhoud? Neem gerust contact met ons op.

Deel dit bericht