Wegonderzoek: meten met een grondradar of met een gammaspectrometer?

Wegonderzoek: meten met een grondradar of met een gammaspectrometer?

Wegonderzoek: meten met een grondradar of met een gammaspectrometer?

Bij onderzoek naar de weg wordt veelal gebruik gemaakt van boren en/of een grondradar. Bij onze metingen maken wij gebruik van een grondradar én een gammaspectrometer. Die laatste, daar zijn we uniek mee in Nederland. Niemand anders doet dat. Waarom gebruiken wij de gammaspectrometer en wat is het verschil tussen beide meetmethodes?

Wij gebruiken verschillende sensoren om de samenstelling en de opbouw van de weg in beeld te brengen. Met de grondradar meten we direct de dikte van het asfalt. Met de gammaspectrometer krijgen we, door aanvullende informatie over de variatie in soorten steenslag en de overgang in wegconstructies, inzicht in de geschiedenis van de weg (lees hier hoe de gammaspectrometer precies werkt).

Metingen beter interpreteren

De geschiedeniskaart van de weg die uit de metingen met de gammaspectrometer voortkomt, is uniek in zijn soort. Een dergelijke geschiedenis kan niet met andere sensoren dan de gammaspectrometer in beeld worden gebracht en is wat ons betreft onmisbaar. Metingen van andere sensoren (zoals een grondradar) kunnen hiermee namelijk beter worden geïnterpreteerd.

Zo zal een verandering van steenslag vaak gepaard gaan met een verandering van de constructieopbouw. Ook in combinatie met andere onderzoekstechnieken (boren, visuele inspectie of VGD metingen) geeft de geschiedeniskaart het overzicht.

Beter beheer en onderhoud

Met behulp van de geschiedeniskaart van de weg geven we op projecten onder meer ook inzicht in of wegen heterogeen of homogeen zijn. Deze informatie kan op verschillende manieren bijdragen aan beter beheer en onderhoud:

  • Als schade optreedt op één van de wegvakken kan de geschiedeniskaart gehanteerd worden om de begrenzing vast te stellen.
  • Als reconstructies gaan plaatsvinden kan de geschiedeniskaart gehanteerd worden om de begrenzing vast te stellen.
  • Voordat reconstructies gaan plaatsvinden kan de geschiedeniskaart dienen als basis voor het onderzoek volgens de CROW 210. Door deze goede indeling in vakken kan de hoeveelheid af te voeren teer worden verminderd.
  • Bij de analyse van de draagkracht van de weg op netwerkniveau, kan met de geschiedeniskaart snel inzicht worden gekregen in de te verwachten verschillen.
  • Voor het wegbeheer kunnen wegvakonderdelen worden vastgesteld.
  • De aanwezigheid van slakken en assen kan in kaart worden gebracht.
De weg beter begrijpen

De geschiedeniskaart van de weg helpt daarmee om de ontwikkeling en de opbouw van de wegen beter te begrijpen. Met alleen metingen met een grondradar worden deze verschillen niet inzichtelijk, omdat de opbouw van de weg (bijvoorbeeld de dikte van het asfalt en de dikte van de fundering) gelijk kan zijn, terwijl de steenslag varieert. Bijvoorbeeld bij verkeerslichten, waar vaak hoogstabiele mengsels worden gebruikt. Hier zijn diktes van het asfalt gelijk, maar varieert de samenstelling van de steenslag.

Niet of, maar en

Wij zijn van mening dat het niet de vraag is welke sensor we moeten gebruiken, maar vooral hoe we de informatie van beide sensoren en andere meettechnieken het beste kunnen combineren. Metingen met de grondradar zijn net zo nuttig als metingen met de gammaspectrometer, de combinatie van beide sensoren maakt dat we de weg als geheel goed kunnen begrijpen. In combinatie met informatie uit boringen en valgewichtdeflectie (VGD) metingen ontstaat zo een compleet beeld van de weg.

Vragen of opmerkingen? Neem gerust contact met ons op.

Deel dit bericht